Inside Belgian Modernism II: 1st lecture by Ernie Mellegers (EN)

By DOCOMOMO Belgium / September, 29, 2016 / 0 comments

LECTURE | Tuesday 25.10.2016, 18:30 | Atelier Vlaams Bouwmeester, Brussels

villasteinerniemellegers

Villa Stein de Monzie at Marches, 1928 (colinbisset.com)

Inside Belgian Modernism II: 1st lecture by Ernie Mellegers (EN)
+ opening expo ‘A Good City has Industry

EN – Tuesday 25 October, 18:30

‘7316 X 6 or Turning Circle #2 (no more beds from Brittany)’

The early 20th century history of the modern movement in architecture is strongly related to that of the automobile. Obviously it was to be the car the Modernists chose as their fetish object when illustrating their romance with the machine, as is evident from the massive automobile’s presence in photos, drawings and publications: the car was the modern men’s key accessory. In the meanwhile the new architecture purposely linked buildings to their automobile equivalent.  This lecture explores the interaction of architecture and automobilism, i.e. automotive architecture taking several specific automobiles as a lead.

Lecture in English
Atelier van de Vlaamse Bouwmeester | Galerie Ravenstein 54-59, 1000 Brussels
Entrance: members & students free, non-members €5; please register online

read more

NL – Dinsdag 25 oktober, 18:30

‘7316 X 6 of Turning Circle #2 (geen bedden meer uit Bretagne)’

De vroege 20ste-eeuwse architectuurgeschiedenis van de moderne beweging is sterk verbonden aan de geschiedenis van het automobiel. Het is duidelijk dat het de auto is die de modernisten kozen als fetisj object wanneer ze hun romance met de machine illustreerden, wat duidelijk wordt met de massale aanwezigheid van auto’s op foto’s, tekeningen en publicaties: de auto werd de belangrijkste accessoire van de moderne mens. De nieuwe architectuur verbond intussen heel bewust gebouwen met hun automobiele equivalent. Deze lezing verkent de interactie tussen architectuur en automobilisme d.w.z.  automotive architectuur met daarin verschillende specifieke auto’s als leidraad.

Lezing in het Engels
Atelier van de Vlaamse Bouwmeester | Ravensteingalerij 54-59, 1000 Brussel
Inkom: leden & studenten gratis, niet-leden €5; graag online inschrijven

Aansluitend aan de lezing nodigen BOZAR en het Atelier Brussels u uit om de opening van de tentoonstelling A Good City has Industry bij te wonen om 20u in Bozar.

lees verder 

Read more (EN) / lees verder (NL) / en savoir plus (FR) about the lecture series “Inside Belgian Modernism II”

 

EN

‘7316 X 6 or Turning Circle #2 (no more beds from Brittany)’

This lecture explores the interaction of architecture and automobilism, i.e. automotive architecture, taking several specific automobiles as a lead.

The early 20th century history of the modern movement in architecture is strongly related to that of the automobile. Mostly born in the last quarter of the 19th century, the key figures of the heroic phase of Modernism more or less grew up with the new self-propelled phenomenon. They were eyewitness to its evolution and radical influence on society. Obviously it was to be the car the Modernists chose as their fetish object when illustrating their romance with the machine, as is evident from the massive automobile’s presence in photos, drawings and publications: the car was the modern men’s key accessory.

The interaction of Modernism and Automobilism – also as a movement – spreads beyond this component. The automobile and automobile industry provided architects with an analogy as well as a complete real-life model for their quest for aesthetics and ideas about production and standardization, techniques, layout of the interior, political organization, and also theories that suited l’épogue machiniste – as Le Corbusier coined it. The new architecture purposely linked buildings to their automobile equivalent. Automobile fittings were used to furnish designs. And, above all, the car penetrated architecture and thereby generating new building types and modern varieties on existing ones. This automotive architecture, reinforced by visionary Urbanism, provided automobilism with its built context, from the beginning onwards, and helped to have our (Western) society based on the use of the car. This development fed off specific and traceable automobiles, the favorites of the architects, artists, clients and authorities involved. So, why are the garages of most of the remaining and often fantastically restored modernist buildings empty?

With the present demise of the original concept of the automobile, automobilism is changing rapidly. It is the moment to explore all layers of the interaction of its classic incarnation with its context, the world that the modern movement envisioned and beyond, before it disappears. And, regarding preservation, architecture could provide a model. The oldtimer-scene is scattered, without much infrastructure, often driven by nostalgia and there are few generally accepted concepts on restoring as such.

read more about Ernie Mellegers

NL

‘7316 X 6 of Turning Circle #2 (geen bedden meer uit Bretagne)’

Deze lezing verkent de interactie tussen architectuur en automobilisme d.w.z. automotive architectuur met daarin verschillende specifieke auto’s als leidraad.

De vroege 20ste-eeuwse architectuurgeschiedenis van de moderne beweging is sterk verbonden aan de geschiedenis van het automobiel. Meestal geboren tijdens de laatste kwart van de 19de eeuw groeiden de sleutelfiguren van de heroïsche fase van het modernisme min of meer op met dit nieuwe zelfrijdende fenomeen. Ze waren ooggetuigen van zijn ontwikkeling en zijn radicale invloed op de maatschappij. Het is duidelijk dat het de auto is die de modernisten kozen als fetisj object wanneer ze hun romance met de machine illustreerden, wat duidelijk wordt met de massale aanwezigheid van auto’s op foto’s, tekeningen en publicaties: de auto werd de belangrijkste accessoire van de moderne mens.

De interactie tussen Modernisme en Automodernisme – ook als een beweging – ontplooit zich verder dan dit gegeven. De auto en de auto-industrie voorzag architecten met een overeenkomst maar ook met een volledige real-life model in hun zoektocht naar esthetiek en ideeën over productie, standaardisatie, techniek, schikking van interieur, politieke organisatie, en ook theorieën die pasten bij de l’épogue machiniste – zoals Le Corbusier het noemde. De nieuwe architectuur verbond heel bewust gebouwen met hun automobiele equivalent. Zo werden auto-onderdelen gebruikt om ontwerpen te verlevendigen. En, bovendien, de auto drong binnen in de architectuur en genereerde op die manier nieuwe gebouwtypes en moderne variaties op bestaande. Deze automobiele architectuur, versterkt door visionaire stedenbouwkundige ideeën, voorzag automobilisme van een gebouwde context, en hielp van in het begin het ontstaan van onze (Westerse) maatschappij gebaseerd op het gebruik van de auto. Deze ontwikkeling voedde zich aan specifieke en traceerbare auto’s, die de favoriete waren van de betrokken architecturen, kunstenaars, cliënten en autoriteiten. Dus, hoe komt het dan de parkeergarages van de bewaarde en vaak prachtig gerestaureerde modernistische gebouwen leeg zijn?

Met de huidige verandering van het oorspronkelijke concept van de auto, is automobilisme in snel tempo aan het veranderen. Het is het moment om alle lagen van de interactie te onderzoeken tussen de klassieke belichaming ervan en zijn context, de wereld die de moderne beweging voorzag maar ook daar voorbij – voor het te laat wordt en verdwijnt. En wat betreft behoud kan architectuur als model dienen. De oldtimer-scène is gefragmenteerd, zonder infrastructuur, vaak gedreven door nostalgie en er zijn weinig algemeen aanvaarde concepten voor restauratie.

Lees meer over Ernie Mellegers.


With the support of:

Design Museum GentDesign FlandersADAM – Art & Design Atomium Museum & Vlaams Bouwmeester

201609_logos-samen2

 

Leave a Reply

Post Comment